Sinds meer als vier weken ben ik geveld door een vervelende enkelbreuk. Ineens heeft het leven een compleet ander ritme. Voor de meest basale dingen ben je afhankelijk van je partner die ineens twee keer zo hard moet lopen. Een oneerlijke verdeling, maar wat doe je eraan? Laten we het erop houden dat het noodlot niet alleen bij mij heeft toegeslagen.

Ik geloof dat ik tot pechvogel van de zomer wordt gekroond. Een stapje gemist en dat resulteerde meteen in een enkel uit de kom plus een ingewikkelde breuk. Miljoenen mensen missen een stapje en er gebeurt niets. Het is zo’n beetje als de staatsloterij winnen maar dan in negatieve zin. Ineens wordt je confronteert met een ander zorgsysteem. In mijn geval beland je in een Italiaans ziekenhuis waar behalve de artsen niemand een woord buiten de deur spreekt. Het zorgt ervoor dat je je vrij eenzaam voelt maar de kundigheid van de verpleging is er niet minder om.

Voor mijn gevoel hanteren ze wat ouderwetse normen maar die zijn beslist niet slecht. Wat me opviel is dat er meer menselijkheid was. Het waren kleine dingetjes die een hoop troost gaven. Terwijl je bed door eindeloze gangen wordt gereden en je je totaal moet overgeven aan de gebeurtenissen zijn er mensen die je een klein, bemoedigend kneepje in je hand geven. Ook hier ben ik met mijn bed door het ziekenhuis gereden maar niemand die zich schuldig maakte aan zo’n morele oppepper. Hier waar alles fantastisch is geregeld en waar je tot in den treure je naam en geboortedatum moet opnoemen, maken we ons niet meer schuldig aan een menselijk gebaar van troost en bemoediging. Dat is het verschil tussen Nederland en Italië.

Op medisch gebied ben ik in beide landen zeer kundig geholpen. Als je al in een ziekenhuis beland dan liefst in de EU. Zorg lijkt zo vanzelfsprekend totdat je ermee te maken krijgt. Dan ben je blij met alles wat je op dat moment kunt krijgen. Maar laat ik vooropstellen dat ik totaal niet gekwalificeerd ben om te oordelen. Ik vertel vanuit de patiënt en kan alleen maar vertellen hoe ik het heb ervaren. Overal krijg je je festivalbandje om, maar hier wordt dit om de vijf minuten gescand. Om zeker te zijn dat ik “ik” ben en niet iemand anders. Het voelt alsof er regelmatig verwisselingen plaatsvinden en schade advocaten vervolgens het onderste uit de kan eisen. Ach zelf ik ben er gewend aan geraakt dat je bij iedere encounter met een zorgmedewerker je naam en geboortedatum moet opnemen. Het is een onlosmakelijk deel geworden van ons zorgsysteem. Iedereen is bekend met het patiënten dossier. Ik in mijn naïviteit dacht dat dit handig was zodat iedereen er in kon kijken en belangrijke informatie kon lezen. Maar niets is minder waar. Iedere afdeling die god heeft geschapen vraagt je keer op keer welke medicatie je gebruikt. Alsof dit niet uitgebreid is mijn medisch dossier vermeld is.

Maar er is iets anders waarvan mijn mond in positieve zin van open viel. Je kunt tot 20:00 uur ’s avonds bij een telefoonnummer eten bestellen. Zoals ik in elkaar zit dacht ik meteen: “nou dat zal wel flink wat kosten die roomservice” maar het bleek gratis te zijn. Onvoorstelbaar toch? Ik sprak erover met de verpleging maar die waren minder enthousiast. De oudere patiënt schijnt dit niet voor elkaar te krijgen. Misschien omdat ze geen mobieltje hebben? Of dat een nummer bellen te ingewikkeld is? Ik snap het nog steeds niet maar zo werd mij verteld. Ik was in elk geval meer als aangenaam verrast toen mijn kaasplankje na 15 minuten bij mij werd gebracht.
Het herstel van mijn enkel duurt lang en iedere dag die ik kan afstrepen is er eentje. Dankzij mijn fysio durf ik iedere dag een paar stapjes meer te doen. De angst om een verkeerde stap te zetten zit er diep in. De bedoeling is de enkel te belasten tot ik pijn voel maar de angst voor een misstap overheerst. Heel langzaam weet mijn fysio deze vrees weg te nemen. Hij had ook goed geld kunnen verdienen als psycholoog. Braaf kruip ik nu iedere dag op de hometrainer met de ijzeren wil het iedere dag een beetje langer vol te houden. Niet met de rolstoel naar de wc maar de krukken gebruiken. En zowaar gaat het leren lopen langzaam maar zeker telkens een beetje beter.




