
Sinds 40 jaren kom ik minimaal eens per jaar in Amsterdam. Als provinciaaltje heb ik altijd mijn ogen uitgekeken want in ’s lands hoofdstad is per definitie alles beter. Dit weekend was het weer zo ver. Dankzij de verschoven weekendspits rijden we op vrijdag namiddag zonder enige file naar het westen. Randstad. Daar waar het in Nederland gebeurt.
Ik voel me een soort ruimtereiziger want ik kijk iedere keer weer mijn ogen uit naar de nieuwe gebouwen die links en rechts van de snelweg herrijzen. Onze eindbestemming ligt in Amsterdam Noord, een stadsdeel dat inmiddels goed voor is voor meer als 100.000 inwoners. Dat betekent ongeveer evenveel inwoners als onze home town Maastricht, alleen op een veel kleiner oppervlak. Het overgrote deel van de woningen bestaat uit hoogbouw. Daar waar een decennium geleden nog naoorlogse woningbouw stond heeft die plaatsgemaakt voor 21e -eeuwse flatgebouwen. Niet onaardig qua architectuur maar ook niet super vernieuwend. In ieder geval fraaier dan de blokkendozen die momenteel in Maastricht bij de Geusselt voor veel geld worden verkocht. Het is wel duidelijk dat Amsterdam zijn best doet iets aan de woningnood te doen. Maar ik heb geen idee of het wel zoden aan de dijk zet.

We besluiten gezellig naar de Albert Cuyp markt te gaan. In Amsterdam verplaats je je met het openbaar vervoer of fiets maar zeker niet met een auto. Je mag daar in de hele binnenstad niet harder als 30 km per uur en de parkeertarieven zijn het hoogst van heel Nederland. Ja, geloof het of niet, Maastricht moet daarin het onderspit delven. Ja met een PvdA/GroenLinks stadsbestuur staat duurzaamheid voorop. Maar als ergens het openbare vervoer goed geregeld is dan is dat Amsterdam. Om de tien minuten een bus naar “gare du Nord” zoals metrostation Noord liefdevol wordt genoemd. We lopen een modern metrostation in dat in de moderne Europese metropolen niet misstaat. De trein staat klaar en nog een tien minuten later komen we weer boven de grond via twee reusachtige roltrappen op de Albert Cuyp. Hier is toch wel een staaltje van bouwkunst geleverd. Omdat de beschikbare ruimte aldaar wat smal was heeft men twee metrolijnen boven elkaar aangelegd. Bedenk dat de grond in Amsterdam heel erg drassig en onstabiel is dan realiseer je je pas dat dit puik werk is. De metrolijnen liggen echt diep onder de grond. Dat merk je pas als je je weg naar boven volgt. Alleen in Moskou ben ik eerder zo’n diepe metrolijnen tegengekomen.

Eenmaal boven dompelen we ons onder in de gezellige drukte van de Albert Cuyp. Het is zaterdagmiddag en schitterend weer. Ja, dan wil iedereen er op uit. Al snel verlies ik me in het fotograferen van kleurrijke marktkramen. Het valt me op dat de traditionele marktkramen met groente, bloemen, brood, kaas etc. voor een groot deel zijn verdrongen door toeristen kramen. Ik ervaar dat als jammer maar blijkbaar vaart de stad er wel bij. Links en rechts zijn er nog wel van die typische winkeltje met een zeer gespecialiseerd assortiment. Denk hierbij aan fourniturenzaken met ritsen en knopen in alle soorten en maten. Garen in alle denkbare kleuren. Of leuke stoffenwinkeltje met uitgevallen meubelstoffen. Ik sla snel mijn slag in een winkeltje met allerlei huishoudelijke producten. Bijenwas is niet bepaald een product dat je regelmatig tegenkomt en dan moet je snel handelen of weer eens internet afstruinen. Als je de markt ben afgelopen dan realiseer je je dat je wel heel veel kramen met toeristentroep ben langsgelopen. En dat dan made in China. Je struikelt over de tulpenmagneten en de bordjes I ❤️ Amsterdam. Links en rechts hoor je allerlei talen gesproken worden: Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Vlaams en natuurlijk Engels. Die willen allemaal een souvenir uit Amsterdam.

De overige winkels van de stad zijn dezelfde die je in de rest van de wereld vindt. H&M, Zara, Uniqlo, Hema en ga zo maar door. Natuurlijk zijn er ook kleine authentieke winkeltjes maar een snelle blik laat zien dat ook hier een kaalslag heeft plaatsgevonden. Het is dus niet alleen in Maastricht dat de post corona periode de nekslag voor veel kleine ondernemers was. We belanden op het Rembrandtplein in een etablissement dat zich “Three Sisters”. Het is niet druk en we nemen plaats aan een tafel voor vier personen. Er staat nog servies van de vorige klant. Het duurt alleen al zeker tien minuten voordat iemand onze bestelling om iets te drinken komt opnemen. Ja, we willen ook wat eten maar daarvoor komt ze later terug. Als er na 20 minuten nog niemand geweest is met onze dankbestelling en het vuile servies nog steeds niet is opgehaald, besluiten we ons geluk ergens anders te beproeven. Als het nu stervensdruk was geweest dan zou dat anders zijn geweest maar de zaak was nog niet voor 25% vol. Als Limburger stel ik me voor dat ik op een van de terrassen op het Vrijthof ga zitten en na een half uur nog geen drankje heb. Een echte no go dus.

We wandelen heerlijk door het zonnetje en belanden bij “De brakke Grond” waar we gelukkig wel een drankje en hapje kunnen bemachtigen. Op dit soort prachtige winterdagen is Amsterdam heel gezellig. Ondanks de kou zijn alle terrasjes stampvol en krioelt het winkelend publiek door de straten. Het is hartje winter en ik vermoed dat het aantal toeristen minder is als in de zomer. Toch realiseer ik me dat het beslist niet drukker moet worden want er zijn grenzen aan gezellige drukte. Ik meen begrepen te hebben dat er genoeg Amsterdammers zijn die het rolkoffer toerisme behoorlijk beu zijn en als ik de boel zo observeer snap ik het sentiment wel.
De Limburger in de grote stad is blij dat aan het einde van het weekend er weer een A2 naar huis is. Het is heerlijk om een weekendje in Mokum te zijn en even de lucht van de grote stad te hebben gesnoven. Ik realiseer me dat er niet alleen maar hier te kankeren valt. Ook daar gaat niet alles even gladjes. Met andere woorden: het gras is niet groener in Amsterdam.




